Leerlingbegeleiding

Begeleiding op Anna NEXT VMBO

Op Anna NEXT VMBO vinden wij het belangrijk dat leerlingen het beste uit zichzelf halen. Sommige leerlingen kunnen hier wel wat hulp bij gebruiken. Gelukkig staan de docenten en bovenal de mentoren altijd klaar om te helpen. De docenten en mentoren maken deel uit van een vast team dat leerlingen begeleidt. Zo zijn er twee teams, te weten VMBO onderbouw en VMBO bovenbouw. De teams vergaderen regelmatig over de leerlingen, zo komen problemen in een vroeg stadium aan het licht. Door deze manier van werken kunnen we snel reageren en als dit nodig mocht zijn samen met de leerling en zijn/haar ouders een actieplan bedenken.

Bij wie kan een leerling terecht?

Mentor
De mentor is de spil in de begeleiding van de leerlingen. Hij/zij houdt samen met de leerling de studieresultaten en het welbevinden in de gaten, geeft advies en begeleidt de leerling bij onder andere sociale interacties met anderen, en studie- en planvaardigheden. De mentor houdt ook de sfeer in de klas goed in de gaten. Leren gaat tenslotte beter als iedereen zich op zijn/haar gemak voelt. Voor ouders en leerlingen is de mentor het aanspreekpunt, vragen kunnen telefonisch of via de mail gesteld worden.

Teamleider
Het team maakt afspraken over de aanpak van klassen en individuele leerlingen. Elk team heeft een teamleider, hij/zij houdt toezicht op de gang van zaken in het team.

Remedial Teacher
De remedial teacher  begeleidt leerlingen die ondersteuning nodig hebben op taal- en of rekengebied en een verklaring hebben voor dyslexie of dyscalculie. Hij/zij adviseert docenten in hoe te handelen hierbij en bekijkt wat de leerling nodig heeft aan hulpmiddelen. Daarnaast kan hij/zij ook kijken of het verstandig is als een leerling extern onderzocht wordt op dyslexie of dyscalculie.

Vertrouwenspersoon
Er kunnen op school of thuis dingen spelen waarover een leerling met iemand in vertrouwen wil spreken. De leerling kan hiervoor terecht bij de vertrouwenspersoon. Deze luistert, geeft advies en maakt afspraken met de leerling over verdere actie.

Zorgcoördinator
De zorgcoördinator coördineert de zorg om leerlingen die dit nodig hebben. Dit kan gaan om bijvoorbeeld leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben, leerlingen die langdurig ziek zijn, die moeite hebben goed te functioneren in de klas, die teruggetrokken zijn, gepest worden of pesten. Zij geeft advies aan docenten, mentoren, teamleiders, etc. in hoe zij kunnen handelen. Zij heeft gesprekken met ouders, mentor en leerling om de zorg af te stemmen. In enkele gevallen begeleidt zij ook zelf leerlingen.

Schoolmaatschappelijk werk
De schoolmaatschappelijk werk(st)er helpt de leerling als er een probleem thuis is of op school. Zij kan ook helpen als een leerling problemen ervaart met: seksualiteit, rouwverwerking, verslaving, identiteit en agressie / conflicten. Als hier behoefte aan is en ouders op de hoogte zijn, dan meldt de mentor (via de zorgcoördinator) de leerling aan bij schoolmaatschappelijk werk.

Schoolarts
Als een leerling veel ziekteverzuim heeft, dan wordt de schoolarts om advies gevraagd. Hij/zij is verbonden aan de GDD Midden Nederland. De schoolarts kan leerlingen uitnodigen voor een gesprek of bij een overleg met ouders op school aanschuiven.

Extra aandacht nodig?

Soms hebben leerlingen om uiteenlopende redenen extra begeleiding nodig. Dat kan blijken uit informatie die de school ontvangen heeft van de bassischool, uit de resultaten van het instroomonderzoek of naar aanleiding van zaken die de mentor of docenten signaleren. Het kan bijvoorbeeld gaan om spellingsproblemen, dyslexie, ADHD of een autisme spectrum stoornis.
Dyslectische leerlingen, die een officiële diagnose hebben, geven we extra tijd bij het maken van toetsen. Daarnaast krijgen sommige leerlingen Remedial Teaching als ze in de onderbouw moeite hebben met het leren van taal.

Voor een beperkt aantal leerlingen met problemen in hun ontwikkeling, visuele of auditieve handicap is er extra begeleiding. Een arrangement is hierin een vereiste. Als men een arrangement bij het samenwerkingsverband aan wil vragen, beslist de school op basis van criteria of de leerling hiervoor in aanmerking komt. Voor informatie: g.berger@annavanrijn.nl (030-6045344)

De begeleiding van de leerling met arrangement heeft als doel de leerling te ondersteunen, zodat hij/zij adequaat kan functioneren op school en zijn/haar diploma kan halen. Onder adequaat schools functioneren wordt verstaan: cijfers halen waarmee overgegaan wordt of een diploma behaald kan worden, werkhouding waarmee een leerrendement ontstaat, gedrag dat niet storend is voor het leerproces van klasgenoten én het belangrijkste dat de leerling ‘goed in zijn vel zit’ en zonder tegenzin naar school gaat.
De begeleiding bestaat uit; hulp bij het plannen en organiseren van de les- en leerstof, coachen van de leerling in het oplossen van problemen (bv in contact met de docent en klasgenoten, opdracht niet gemaakt, moeite om huiswerk te noteren, etc.) en adviseren van docenten in hoe om te gaan met de leerling.

Wat te doen bij pesten?

De school moet voor elke leerling een veilige plaats zijn. Pesten vinden wij onacceptabel. In de mentorlessen wordt aandacht besteed aan het fenomeen ‘pesten’. Daarnaast is een pestprotocol aanwezig in de school. Toch kan het voorkomen dat een leerling zich gepest voelt. Pesten gebeurt subtiel en is voor medewerkers in de school niet altijd te signaleren. Het is daarom erg belangrijk dat de leerling of zijn ouders aan de mentor vertellen dat er sprake is van pesten. Vervolgens kunnen de counselor of vertrouwenspersoon, de teamleider en/of de zorgcoördinator ook een rol spelen hierin. In overleg met de leerling en zijn of haar ouders wordt een plan gemaakt om het pesten te laten stoppen. Er wordt regelmatig geëvalueerd met de leerling of het pesten daadwerkelijk is gestopt, als dit niet het geval is dan wordt het plan bijgesteld.

Wat te doen bij ongeoorloofd verzuim?

Als een leerling veel ongeoorloofd verzuim heeft, dan wordt hij/zij opgeroepen voor het “preventief leerplicht spreekuur” op school als de leerling uit Nieuwegein komt. In dit gesprek spreekt de leerplichtambtenaar met de leerling over wat de gevolgen kunnen zijn als het verzuim aanhoudt. Als het verzuim aanhoudt, wordt de leerling en zijn of haar ouders uitgenodigd voor een officieel gesprek met de leerplichtambtenaar. Dit gesprek kan plaats vinden op school of op het Stadhuis. Bij dit gesprek kunnen betrokkenen van school aanwezig zijn. Het is aan de leerplichtambtenaar om te bepalen of er een sanctie komt en welke deze is. De school is verplicht verzuim te melden bij de leerplichtambtenaar van de gemeente waar de leerling woonachtig is.

Wat te doen bij ziekteverzuim?

De mentor is de belangrijkste contactpersoon als een leerling ziekteverzuim heeft. Ouders en de leerling houden de mentor op de hoogte van het ziekteproces. De mentor regelt dat de leerling op de hoogte is van de te maken lesstof en regelt wanneer de leerling zijn toetsen in kan halen. Als er sprake is van langdurig ziekteverzuim, dan wordt de zorgcoördinator erbij betrokken. Afhankelijk van het ziekteverzuim wordt de leerling aangemeld bij de schoolarts. Ook vinden er, afhankelijk van het ziekteverzuim, gesprekken op school plaats met ouders en de leerling om de zorg af te stemmen en een schoolgang wellicht op te bouwen. Bij deze gesprekken kan ook de leerplichtambtenaar aanschuiven.

Welke overlegvormen zijn er?

Leerlingenbesprekingen
De docenten en mentor van een klas bespreken de leerlingen regelmatig tijdens een leerlingenbespreking. De teamleider, mentor, zorgcoördinator stellen gezamenlijk voor elke leerling een individueel handelingsplan op. Tijdens deze besprekingen wordt er gekeken wat een leerling nodig heeft om het naar zijn zin te hebben in de klas en hoe de studieresultaten verhoogd kunnen worden.

Intern zorgoverleg    
In het intern zorgoverleg komt de interne zorgcommissie van de school samen. In dit overleg worden leerlingen besproken waar zorg over is en wat nodig is voor de leerling om weer goed te functioneren op school. In dit overleg wordt bekeken of de leerling hulp kan krijgen van de RT-er, therapeute van Timon of van de schoolmaatschappelijk werk(st)er of andere externe hulpverlening of gebaat is bij extra ondersteuning van de mentor. Uitgangspunt hierbij is om de leerling, mentor en de ouders erbij te betrekken en de zorg af te stemmen.